René Schotman: assistent locatiemanager Epe

René zou maar zo one of the guys kunnen zijn. Z’n taal is robuust, evenals z’n postuur. Maar hij is het niet. René Schotman (bouwjaar 1967) is werkbegeleider, verdeelt de taken. Staat tussen de jongens. Zaagt mee, snoeit mee, sjouwt mee, klust mee. Want zo hoort dat. ‘Moeten we door de modder dan gaan we door de modder, maar dan gaan we er zelf als eerste in.’

Hij heeft een luisterend oor, maar ook een zesde zintuig voor nattigheid. Als het kan is hij tactvol, maar als het moet gaat het met de botte bijl. In de taal die de jongens verstaan. En hij heeft het mooiste beroep van de wereld, vindt hijzelf. Stoer, maar met gevoel. Dat wel.

Vrachtwagenchauffeur van huis uit kwam hij vier jaar geleden het team van Oranjeborg versterken. Inmiddels is Schotman gediplomeerd, SBBD niveau 4. Sinds de opening in 2013 werkzaam op de locatie Epe, een cluster van vijf fraaie panden in de bosrijke omgeving aan de rand van het dorp. Z’n motto: ‘Schik maken. Er weer een leuke dag van maken met z’n allen.’

Vroeg uit de veren. Samen aan een flink ontbijt en dan de nieuwe dag in. Er zijn klusjes te over. Met de boswachter de heide op. Of bij een boer aan het werk. Hand- en spandiensten bij een club. Genoeg te doen ook op het eigen terrein. Dieren verzorgen, haardhout kloven, paden aanleggen, grasmaaien. Of beneden in de werkplaats meubels maken, repareren. Handen uit de mouwen, in elk geval. Structuur en dagbesteding. En iets – hoe klein soms ook – terugdoen voor de samenleving. Dat is waar alles om draait.

We maken er weer een leuke dag van met z’n allen

‘Er is voor iedereen wel wat te doen. We overvragen niet, we kijken waar hun mogelijkheden liggen. Productie is niet belangrijk, ze moeten het aan het eind van de dag leuk hebben gehad’, zegt Schotman, ‘een voldaan gevoel hebben.’ Het is soms een puzzel. Wie passen er bij elkaar? Wat zijn de valkuilen? Schotman kent z’n pappenheimers, ouwe jongens krentenbrood. ‘’t Is maatwerk. Maar we zitten er bovenop. We hebben alles voor hen over, maar als het moet gaan we er even stevig tegenaan. Kom op zeg, nou is het klaar. We laten ons natuurlijk niet piepelen.’ Maar als er eens wat geweest is, zand erover. Morgen wacht een nieuwe dag. Beginnen we weer opnieuw, dat is het credo. ‘We blijven er niet over ouwehoeren’, zegt Schotman, ‘dat schiet niet op.’

Hij is een ruwe bolster, blanke pit. Hij geniet ervan als ze lopen te zingen over het terrein. ‘Je zou sommigen eens moeten zien toen ze bij ons binnenkwamen. Vanuit het niets. Uitgekotst door alles en iedereen. Verslaafd, bang, agressief. Alles tegelijk. En dat je dan na een tijdje ziet: die zit goed in z’n vel. Hij lacht. Hij is vrolijk. Voelt zich veilig. We kunnen weer schik maken met elkaar. Ja man, dat is toch fantastisch?’